Garissa

Het droeve bericht van de afslachting van zoveel jonge studenten op de universiteit van Garissa grijpt mij sterk aan. 

In de periode van juli 2008 tot juli 2010 was ik adviseur Interreligieuze Dialoog en conflicttransformatie in de kustprovincie van Kenia. Een gebied dat zich uitstrekte van de Somalische grens in het noorden tot aan de grens met Tanzania in het zuiden en dan ruim honderdvijftig kilometer landinwaarts. In die periode nam de invloed van Al Shabaab toe en kwamen ze steeds vaker de Keniaanse grens over. Ten zuiden van Mombasa waar ik woonde, is een grote groep jongeren geronseld om zich aan te sluiten bij Al Shabaab.

De streek rond Garissa ken ik als een heel onrustige streek waar regelmatige spanningen waren die konden leiden tot gewelddadige uitbarstingen. Vaak ging het over het gebruik van het schaarse water. De herders hebben water nodig voor hun vee en de landbouwers om hun land te irrigeren. Beide groepen behoorden tot verschillende bevolkingsgroepen. Regelmatig werden religieuze leiders van ons kantoor ‘Coast Interfaith Council of Clerics’ (CICC) uitgenodigd om vredesbijeenkomsten in Garissa te leiden. Het waren spannende reizen waarbij ze begeleid werden door militairen. 

Ik ben nooit in Garissa geweest omdat het te gevaarlijk was voor een blanke vrouw. Wel ben ik ooit voor een vergadering in een klein dorp in de Tana Delta geweest ook een gebied waar veel etnische spanning is. In mijn wekelijkse rondzendbrief van 20 februari 2009 schrijf ik:

Vandaag reis ik met bisschop Benson van de ‘Organisation African Instituted Churches’ naar Kipini. Om zeven uur is de bus ‘Tawakal’ vol en kunnen we vertrekken. Bijna alle passagiers zijn moslims en de bisschop in zijn paarse hemd met boordje en ik als enige blanke vallen in dit gezelschap wel erg op. 

Het is een lange reis. Eerst naar Malindi waar we een kwartier pauzeren en ik voldoende tijd heb om een doos met halve liter flesjes water te kopen voor de vergadering die we de volgende dag hebben. De reis die tot nu toe heel comfortabel was verandert al snel als we Malindi uitrijden. Vele gaten in het wegdek en op sommige gedeelten is er helemaal geen asfalt meer en rijden we over een zandweg. In deze streek wordt zout gewonnen en vanuit de bus kan ik grote zoutbergen zien. De omgeving verandert en het wordt steeds droger en minder bevolkt. De huizen zijn veel armoediger dan rond de steden Mombasa en Malindi. 

Ik ben op weg naar Kipini waar de Tana uitmondt in de Indische Oceaan. Tana delta is berucht vanwege de vele overvallen, meestal zijn de bandieten van Somalische komaf. Alle bussen en andere grote transporten zoals vrachtauto’s,worden vanaf Malindi geëscorteerd door twee soldaten met mitrailleur. In Witu stappen we uit en we zoeken een schaduwrijk plekje langs de kant van de weg. Witu is nu een kleine nederzetting en gericht op kleine handel. In het verre verleden is het een belangrijke districtplaats geweest maar dat is allemaal vergane glorie. Gedurende de drie uur die we hier moeten wachten heb ik volop de tijd om het leven van de mensen gade te slaan. De mannen zitten in groepjes bij elkaar en brengen blijkbaar het grootste deel van de dag door met praten en miraa (qat) kauwen. Vrouwen wachten met een schaal bananen of karamelachtig snoepjes op een bus en hopen iets te verkopen zodat er eten gekocht kan worden. 

Om half drie komt de bus voor Kipini. Pastor Gideon die de voorzitter is van de afdeling CICC in dit district, zit in deze bus en stapt uit om ons welkom te heten en we reizen samen met hem verder. In Kipini gaan we op zoek naar een slaapplek en uiteindelijk komen we uit bij een klein pensionnetje. Net als alle huizen in Kipini is dit een heel armoedig huis. Dan op zoek naar een hotel waar we iets kunnen eten. De keuze van eten is zeer beperkt: pannenkoeken met bonen, oliebolletjes of broodjes. De eigenares legt uit dat als je iets wilt eten dat van te voren moet bestellen. Ze kan wel voor onze vergadering de volgende dag thee maken en oliebolletjes bakken. 

De volgende morgen gaan we naar de kerk van de methodisten waar we onze bijeenkomst met de religieuze leiders zullen hebben. De methodisten pastor stelt voor dat we enkele banken buiten zetten en dat we onder de grote boom de bijeenkomst hebben. Hij vertelt dat in het verleden de moslims geweigerd hadden om in een kerk te zitten. Na anderhalf uur gewacht te hebben zijn een groep imams en pastores gearriveerd en beginnen we de vergadering over basisbegrippen van interreligieuze dialoog, conflict transformatie en vredesopbouw. Het was een goede bijeenkomst.

De volgende ochtend ga ik met de bus weer terug naar Mombasa. Het waren drie zware, intensieve maar ook zeer leerzame dagen. De reis en de confrontatie met het harde bestaan in Tana delta hebben mij diep geraakt en zal ik niet snel vergeten.

Marielle Beusmans
Aalmoezenier sociale werken

     
     
     
     
     
Susteren-Echt